Geologie en teledetectie · Kimberley, Australië

De krater die op een spin lijkt: Landsat toont Spider in Australië

NASA belichtte op 13 oktober een beeld van Spider dat op 20 september 2026 werd gemaakt. Door schok vervormde gesteenten helpen deze oude inslagstructuur te verklaren.

Satellietbeeld van Spider met lichte ruggen die uitstralen over oranje woestijnterrein.
Spider-structuur op een Landsat 9/OLI-beeld van 20 september 2026. Satellietbeeld; geen recente inslag.
NASA Earth Observatory / Michala Garrison; Landsat data: USGS · NASA editorial use permitted under Media Usage Guidelines

NASA Earth Observatory publiceerde op 13 oktober 2026 een beeld van de Spider-structuur in Kimberley, West-Australië. Het artikel van Lindsey Doermann belicht een landschap gevormd door een inslag en erosie. Het gaat niet om een recente meteorietval of een ontdekking van vandaag.

Het beeld werd op 20 september 2026 gemaakt door OLI aan boord van Landsat 9, een NASA–USGS-missie. De volledige structuur meet ongeveer 13 bij 11 km; het spinachtige centrale deel is circa 4 km breed. De lichte ruggen zijn zandsteen die de erosie van andere lagen heeft doorstaan.

Veldonderzoek uit 2007, in 2013 gepresenteerd door Thomas Kenkmann en Michael Poelchau, onderzocht de centrale opheffing. De auteurs beschreven twee geïmbriceerde overschuivingssystemen rond de kern en schokkegels, of shatter cones. Deze waarnemingen verbinden het patroon vanuit de ruimte met vervorming in de gesteenten.

In een in 2021 gepubliceerde studie analyseerden Morgan A. Cox en collega’s 453 zirkoonkorrels uit 12 monsters. Optische microscopie en elektronenterugstrooidiffractie, bekend als EBSD, maakten onderzoek naar schoksporen in zirkoon en kwarts mogelijk. Negentien zirkoonkorrels vertoonden deformatietweelingen in de kristallografische oriëntatie {112}.

De verdeling van deze sporen in zirkoon was asymmetrisch ten opzichte van het centrum en ondersteunt de interpretatie van een schuine inslag. De hoogste waargenomen schokintensiteit viel niet samen met het geografische centrum. Bij het in kaart brengen van andere kraters laat dit zien waarom monsterlocaties even belangrijk zijn als de algemene terreinvorm.

De ouderdom van de inslag blijft onzeker: de studie uit 2021 plaatst de vorming op basis van regionale geologie tussen ongeveer 610 en 900 miljoen jaar geleden. Het beeld uit 2026 documenteert het huidige oppervlak zonder een nieuwe datering te leveren. De casus combineert teledetectie, veldwaarnemingen en mineralogische analyse voor onderzoek naar een oude gebeurtenis.

← Meer geowetenschappelijk nieuws